Hoge Raad: Nederland moet beter zijn best doen voor omgang

Hoge_raad_gebouw_lange_voorhout

Op 17 januari 2014 kwam de Hoge Raad met een opvallende uitspraak. Rechters moeten zich meer inzetten om het recht op omgang gerealiseerd te krijgen. In deze zaak hadden rechtbank en hof uiteindelijk – met tegenzin – besloten geen omgangsregeling vast te stellen omdat de moeder niet wilde meewerken. De rechter had zich actiever moeten opstellen vond de Raad. Niet alle mogelijkheden voor herstel tot omgang waren benut. Kosten voor de moeder: 2554 euro.

Positieve ontwikkeling

De advocaat van de vader Jan van Weegberg vindt het een positieve ontwikkeling. ‘Het is een oproep aan rechters om beter hun best te doen om te zorgen dat een omgangsregeling wordt nageleefd. Er zijn al goede gerechtshoven die stellen: wat is er nodig om omgang te realiseren? Andere rechters stellen nog: “één partij wil niet, dus dan houdt het op”. Deze groep wordt met de uitspraak van de Hoge Raad opgeroepen zich meer in te spannen om het recht op familieleven (art. 8 EVRM) invulling te geven.’
In dit geval had er nog forensische mediation (RvdK of een ‘deskundigenbericht’; een rapport van een deskundige al of niet na een poging tot mediation) kunnen worden bevolen. In de uitspraak wordt verwezen naar een procedure bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
De zaak waarover de Hoge Raad zich uitsprak in de beschikking op 17 januari 2014 is een duidelijke zaak van een tegenwerkende ouder ten opzichte van het goeddeels welwillende ouder, die uiteindelijk met lege handen staat. Het uitspraak van de Hoge Raad wijst er op dat zij nu vinden dat het recht van het kind en de ouders om omgang met elkaar te hebben geen dode letter mag zijn.

Comments are closed