Nieuwe richtlijn ‘scheiding’ voor de hulpverlening besteedt aandacht aan loyaliteitsconflicten

Loyaliteitsconflicten bij kinderen in een echtscheiding komen nadrukkelijk op de agenda bij de hulpverlening. Een deel van de kinderen ‘lost dit op’ door een van de ouders te verstoten. Onlangs ontwikkelde het Nederlands Jeugdinstituut de richtlijn Scheiding en problemen van kinderen (zeg maar ‘vechtscheidingen’) met aanbevelingen voor de hulpverlening. PASsage maakte hiervan een korte samenvatting. De volledige richtlijn kunt u hier bekijken.

20120726173031richtlijnvechtscheiding

Richtlijn Scheiding en problemen van kinderen¹:

 

De richtlijn stelt onomwonden dat een kind van beide ouders moet kunnen houden. Erkend wordt dat kinderen altijd loyaal willen blijven. De kwaliteit van het contact met de ouders vinden de samenstellers belangrijker dan de frequentie. Voor gezonde hechting is het wel belangrijk dat bij een jonger kind het contact met beide ouders frequenter is. En het stopzetten van het contact mag slechts een tijdelijke maatregel zijn, hoogstens als het belang van het kind dit werkelijk vereist.

Een lastige situatie is om dit contact te realiseren als de focus van een stel op hun scheiding ligt en niet op het belang van het kind. Als ouder scheid je echter niet, vinden de samenstellers. De partner- en ouderrol moeten worden ontvlochten. Alleen verloopt dat niet altijd probleemloos. Het rapport raadt hulpverleners aan alert te zijn op de volgende risicofactoren voor problematische scheidingen:

– huiselijk geweld
– oorlogsvoering tussen ouders, conflicten
– een instabiele inwonende ouder (in mindere mate: een instabiele uitwonende ouder)
– slechte band met de inwonende ouder (in mindere mate: een slechte band met de uitwonende ouder)

Loyaliteitsconflict

Hulpverleners moeten er alert op zijn dat in de problematische scheiding kinderen al snel in een loyaliteitsconflict terechtkomen. Aan de hand van de hieronder staande vragen kan gemeten worden of er sprake is van een loyaliteitsconflict.

– Heb je vaak het gevoel dat je tussen je beide ouders in staat?
– Voelt het alsof je moet kiezen tussen je beide ouders?
– Spreekt het kind of de jongere alleen maar zeer negatief over de uitwonende ouder?
– Was de band met de uitwonende ouder voor de scheiding goed?

Moeten kiezen is voor een kind of een jongere een hopeloze opgave, constateren de samenstellers van de richtlijn. Kinderen zullen proberen te schipperen. Uiteindelijk zoekt het kind/de jongere een uitweg uit de vijandige sfeer. Hij/zij kiest toch en zegt: ‘Ik wil mijn vader/moeder niet meer zien.’

Passage3kader
Weinig kennis bij hulpverleners en scholen

Geconstateerd wordt dat hulpverleners en scholen weinig kennis hebben over de gevolgen van scheiding. Vraag bij het eerste contact ook altijd naar de ouderlijke situatie/conflicten en de risicofactoren daarbij. Unaniem zijn experts van mening dat scheidingssituaties bijzondere aandacht, ook voor de ouders, behoeven. Het heeft prioriteit conflicten te voorkomen of te verminderen. Scheidingskinderen moeten worden opgenomen in de verwijsindex Risicojongeren.

Andere suggesties uit de richtlijn zijn:

– Zorg dat problemen kunnen worden herkend en gedefinieerd, zoals loyaliteitsproblemen, oudervervreemding en ouderverstoting.
– Denk na over de keuze voor een contact/omgangsregeling (hulpverleners gaan hier niet over, maar adviseren soms wel). Houd daarbij rekening met de gezinssituatie voor de scheiding.

Nagedacht moet worden over:

– Wat is preventie en interventie bij problemen bij scheiding.
– Hoe kan iedereen samenwerken, inclusief advocaten, rechters en school.

Regie bij de ouders

De richtlijn wijst erop dat de jeugdzorg primair de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de kinderen/jongeren en hun opvoeders stimuleert. Gedragswetenschappers hebben een ondersteunende functie. Als uitgangspunt geldt dat de voorkeuren, de regie, van de ouders en de kinderen en jongeren worden gevolgd, maar ze dienen wel mee te werken (een beetje tegengestelde instructie – PASsage). Van de richtlijn kan gemotiveerd afgeweken worden als dat nodig is.

Bewezen interventies

KIES, Y(J)es!² (Het Zwolsche Brugproject) en CODIP³ zijn bewezen interventies voor scheidingskinderen. Voor scheidende ouders zijn in Nederland nog geen bewezen interventies, dat wil zeggen therapie. Het Australische Triple P-Transitions is in Australie positief geëvalueerd. In het buitenland zijn ook positieve ervaringen met omgangsbegeleiding om ouders tot afspraken te laten komen. De helft van de afspraken is een jaar later nog intact. Als relatietherapie zijn in het buitenland de beste ervaringen opgedaan met EFT (Emotionally Focused Therapy). Voor interventies bij licht verstandelijk beperkten is er nog aanvullend de Richtlijn Effectieve Interventies LVB. Het betrekken van het netwerk speelt hierin een belangrijke rol. KIES heeft ervaring met licht verstandelijk beperkten.

noten:
[1] De psychologen, pedagogen en maatschappelijk werkers en onderzoekers hebben in opdracht van VWS een richtlijn Scheiding en problemen van kinderen – zeg maar ‘vechtscheidingen’ – gemaakt.
[2] Jij En Scheiden.
[3] Children of Divorce Intervention Program. in Nederland: Dappere Dino’s.

 

Comments are closed